20 December 2015

Nieuwe website - New URL

This blog has been moved to a new website. Read on at http://abelgianupnorth.com.

Deze blog heeft een nieuwe stek en look: blijf me volgen op http://abelgianupnorth.com.

13 September 2015

Over drinkende Noren, staatswijnhandels en verkiezingen

Maandag worden gemeenteraadsverkiezingen gehouden in Noorwegen. Voor het eerst in de vaderlandse geschiedenis mag er op een verkiezingsdag alcohol worden verkocht. Verkiezingsdag mag dan al zijn vrijgegeven, er blijft nog een lange lijst van dagen waarop in Noorwegen géén alcohol mag worden verkocht: Kerst, Pasen, Nieuwjaar, alle zon- en feestdagen, 1 mei en de nationale feestdag 17 mei.

Wijnmonopolie

Noorwegen heeft een erg strikt alcoholbeleid. Wijn, sterke bieren en sterke drank zijn alleen in staatswijnhandels te koop - de zogenaamde Vinmonopolet, letterlijk vertaald “wijnmonopolie”. Toen ik voor het eerst in een Vinmonopolet binnenging, een dikke tien jaar geleden, leek het wel een apotheek of een ouderwets postkantoor. Er waren geen rekken met wijn, zoals bij ons in de supermarkt. De winkel was slechts een lege ruimte, met achter een hoge balie streng ogende, oudere dames in grijze hemden. Je moest in een catalogus aanduiden welke wijn je wou. De dame verdween tussen de rekken achter de balie en kwam terug met een fles in een ondoorschijnende, zwarte plastic tas.

Zo zag een staatswijnhandel er vroeger uit
In het Volksmuseum in Oslo kan je zien hoe Vinmonopolet er enkele decennia geleden uitzag. De laatste jaren is er een frisse wind door de staatswijnhandels gewaaid. De winkels zien er nu uit als een betere wijnhandel bij ons. Je kan tussen de rekken met vele honderden flessen lopen om te kiezen, en als je zelf niet kan kiezen, kan je raad vragen aan één van de vele vriendelijke wijnexperts in de winkel die je met veel genoegen vertellen welke wijn het beste smaakt bij wat je gaat eten. De voorbije jaren zijn ook vele nieuwe Vinmonopolet-winkels opengegaan en zijn de openingsuren drastisch uitgebreid.

Peperdure alcohol

Wat helaas niet is veranderd zijn de absurd hoge prijzen voor alcohol. Voor een goede fles bier, van een halve liter, tel je meer dan 10 euro neer. Ook voor een fles goedkope wijn moet je minstens 10 euro neertellen. Per fles wijn moet je een heffing betalen van een dikke vijf euro; daar bovenop betaal je ook nog eens 21% meerwaardebelasting. Wijn drinken in Noorwegen is dus een dure grap.

Gewone pils (tot 4,5% alcohol) kan je wel in de supermarkt kopen. Maar ook daar gelden beperkingen: terwijl de meeste supermarkten tot laat ’s avonds open zijn, kan je na 20u (en op sommige plekken na 19u) géén bier meer kopen. Die regel wordt streng toegepast: onlangs moest ik om 20u02 twee blikjes bier achterlaten aan de kassa. Ik probeerde nog te argumenteren dat ik vóór 20u aan de kassa was gekomen, maar de dame achter de kassa was onvermurwbaar. Ook de import van wijn is streng beperkt: per persoon mag je maximaal 6 flessen wijn belastingsvrij het land binnenbrengen.

Alcoholverbruik stijgt

De hoge taksen en de restricties op de verkoop van alcohol werden in 1920 ingevoerd als reactie op het wijdverspreide alcoholisme in Noorwegen. De bedoeling is om het verbruik van alcohol te beperken. Werkt het ook?

Op gewone werkdagen wordt zeker minder alcohol gedronken dan in veel andere Europese landen. Dat hangt ook samen met de nultolerantie voor alcohol in het verkeer en zeker ook met een sociaal stigma: overdag drinken is iets voor alcoholverslaafden. Een biertje na het werk of een glas wijn ’s avonds kan eventueel als je iets te vieren hebt, maar het is zeker geen gewoonte zoals elders op het Europese continent.

Maar als de Noren feesten vloeit de alcohol even rijkelijk als in andere Europese landen. Het verbruik stijgt ook, in tegenstelling tot de trend in andere Europese landen: volgens het Instituut voor Volksgezondheid drinken de Noren nu 40% meer dan 20 jaar geleden. Het jaarlijkse gemiddelde alcoholverbruik per volwassen Noor (ca. 8 liter) blijft wel onder het Europese gemiddelde (11 liter). Het verbruik daalt ook onder jongeren. 

Bier brouwen en taxfree


Veel Noren kopen hun drank niet in de Vinmonopolet winkels: zelf je eigen bier brouwen is een grote rage. Ook de verkoop in taxfree winkels in de luchthavens floreert. Zoals veel andere Noren heb ik het afgelopen jaar de meeste van mijn wijn op de luchthaven gekocht, en niet in Vinmonopolet. Voorlopig stelt echter niemand het systeem van de staatswijnhandels ter discussie. Zeker niet nu er winkels bijkomen en de openingsuren worden uitgebreid. Nu kunnen de Noren zelfs op verkiezingsdag een fles kraken op het kiesresultaat. Skål, dat de beste mogen winnen!

21 July 2015

Vier jaar na de aanslagen van Breivik


Het was een regenachtige dag, 22 juli 2011. We waren aan zee, in het zuiden van Noorwegen, en waren even binnen gegaan om droge kleren aan te doen. Rond kwart voor vier ’s namiddags hoorden we op de radio over de ontploffing in het centrale regeringsgebouw in Oslo. 

Vier jaar geleden...


Zo’n drie kwartier later was ik live op de radio in België: het was toen reeds duidelijk dat het om een aanslag ging, met een bomauto. Op camerabeelden was gezien hoe iemand gekleed in een uniform van een veiligheidsagent het gebouw had verlaten, weggereden was met de wagen, vlak voor de ontploffing.

Wie zou achter de aanslag zitten? Misschien moslimterroristen, die wilden protesteren tegen de Noorse deelname in de NAVO-operatie in Afghanistan? De één na de andere expert kwam aan het woord op de radio, maar er was nog veel onduidelijkheid.

Wij probeerden zelf intussen in contact te komen met een vriend van ons die voor de eerste minister werkte. Gelukkig was hij niet op kantoor op het moment van de aanslag.

Ik bracht verslag uit in het radionieuws van 17u en maakte me klaar om met de auto naar Oslo te vertrekken, zo’n driehonderd kilometer verderop. Toen ik in de wagen zat kwam het nieuws binnen van een schietpartij op Utøya - een klein eilandje in één van de vele fjorden in de buurt van Oslo. Op Utøya was op dat ogenblik het jaarlijkse zomerkamp aan de gang van de jong-socialisten. Er waren meer dan 500 jongeren bijeen, vanover het hele land.

De verwarring was groot. Was er een verband tussen Oslo en Utøya? Wat was er daar precies aan het gebeuren? Hoeveel slachtoffers waren er? Via sporadische sms-sen konden enkele jongeren vanop het eiland laten weten dat ze nog in leven waren, maar dat het schieten nog door ging. Rond 18u  nam de dader zelf contact op met de politie, om te melden dat hij zich wou overgeven, maar het contact werd verbroken. 

Waarom duurde het zo lang voordat de reddingsoperatie op gang kwam? Een boot van de politie wou niet opstarten. Intussen vaarden privé-personen met kleine motorbootjes naar het eiland om jongeren te redden. De politie zocht naar manschappen die zo’n crisissituatie te baas konden.

Pas om 18u30 kon de dader worden overmeesterd door de politie. Hij had een uur lang huisgehouden op Utøya en tientallen jongeren neergeschoten, op een koele en berekende manier. Hij had de jongeren die zich in het bos verschuilden achtervolgd en geschoten op zij die probeerden weg te zwemmen.

Op de autoradio hoorde ik oproepen om dringend bloed te komen geven en verslagen over crisistoestanden in de spoeddiensten van de ziekenhuizen. Toen ik een paar uur later aankwam in Oslo, was de Noorse hoofdstad merkwaardig leeg. Ik reed tussen de legertanks naar mijn hotel. Al wie niet in de hoofdstad moest zijn, werd buitengehouden en de inwoners hadden de raad gekregen om binnen te blijven.

In de eerste tv-toespraken en interviews laat op de avond konden de premier en minister van justitie bevestigen dat er één man achter zowel de aanslagen in Oslo en op Utøya stond. De dader was gevat en hij had wellicht alleen had gehandeld. Het was een Noor. 

De volgende ochtend werd zijn naam over de hele wereld bekend: Anders Behring Breivik. Een extreem-rechtse computerspelfanaat, die jarenlang in stilte deze aanslagen op zijn eentje had voorbereid en ook een lang racistisch manifest had geschreven. Hij voelde zich verwant met allerlei extreem-rechtse bewegingen in Europa, maar had alleen gehandeld. 

Een jaar later werd hij tot 21 jaar cel veroordeeld. Hij had 77 mensen gedood, 33 mensen verwond, en vele honderden Noorse levens voorgoed getekend.

Nooit meer hetzelfde


Op 22 juli 2015, precies vier jaar na de aanslagen, gaat in Oslo een herdenkingscentrum open in het kapotgeblazen regeringsgebouw. Er zijn foto’s van alle 77 slachtoffers, videobeelden van bewakingscamera’s, en een tijdslijn die minuut voor minuut het verhaal vertelt van de noodlottige namiddag en avond. Er zijn ook citaten uit de rechtzaak en videogetuigenissen van overlevenden.

Tijdslijn van de aanslagen op 22 juli in het nieuwe
herdenkingscentrum in Oslo
“Het doet natuurlijk nog pijn voor de slachtoffers en voor de hele maatschappij, maar het is tijd om het verhaal te vertellen wat er gebeurd is en tot denken aan te zetten,” vertelt de verantwoordelijke minister Jan Tore Sanner mij in een interview. “Het is de plicht van een maatschappij om kennis over te dragen en openheid te promoten.”

“Het is belangrijk om een plek te hebben waar men over de gebeurtenissen kan spreken en het feit dat dit herdenkingscentrum gevestigd is in het gebouw waar de aanslag plaatsvond, maakt het extra authentiek,” vindt Clifford Chanin van het 9/11-memorial in New York, die de Noorse regering heeft bijgestaan in het ontwerp van het Noorse herdenkingscentrum.

“22 juli” zal een keerpunt blijven in de Noorse na-oorloogse geschiedenis. Noorwegen is zijn onbekommerd veiligheidsgevoel kwijt. Maar de aanslagen hebben het Noorse volk ook dichter bij elkaar gebracht, zeggen zowel slachtoffers als buitenstaanders.

Geen Breivikmuseum


Ook de resten van de opgeblazen auto van Breivik zijn te zien in de tentoonstelling, net als zijn vervalste politiebadge en een zakdoek met een Noorse vlag. Vele Noren reageerden geprikkeld toen in de media bekend raakte dat die persoonlijke spullen van de terrorist ook werden tentoongesteld. “Ze maken er een Breivik-museum van en die aandacht verdient hij niet,” zo luidde de kritiek.

Breiviks vervalste politie-identificatiebadges
Maar de slachtoffers die het herdenkingscentrum de voorbije dagen als eersten mochten bezoeken, vinden de kritiek onterecht. “Het is een deel van de geschiedenis, dus die spullen horen hier thuis,” zegt Erik Kursetgjerde. “Ik vind de tentoonstelling erg respectvol. Het gaat vooral over wat er op die dag gebeurde, en niet over de terrorist zelf.”

Kursetgjerde kon vier jaar geleden ontkomen aan het vuur van Breivik op Utøya. Hij vluchtte van de cafetaria naar het pomphuis en zag hoe Breivik daar vele van zijn kameraden ombracht. Daarna verstopte hij zich aan het water en zwom uiteindelijk voor zijn leven. Hij kreeg krampen, maar werd net op tijd opgepikt door een privé-bootje dat te hulp was gesneld.

De tentoonstelling brengt het allemaal weer tot leven, vertelt hij. “De tijdslijn in het herdenkingscentrum roept de chaos weer op. Het was pijnlijk om te zien hoeveel schakels in de Noorse reddingsdiensten in gebreke bleven,” aldus Kursetgjerde. “De reddingsdiensten hebben hier helaas nog niets uit geleerd.”

De foto’s zien van zijn kameraden vond echter hij het moeilijkste: “het besef dat ze allemaal om het leven zijn gekomen, en hoeveel geluk wij hebben gehad die konden ontkomen. Je voelt je een beetje schuldig, maar voelt toch vooral respect voor de anderen die hun levens hebben gegeven.”

Utøya terugnemen


Op Utøya, op een open plek in het bos, is een grote ijzeren ring tussen de bomen gehangen met daarin de namen gegrift van de 69 mensen die op het eiland omkwamen. 

Begin augustus houden de jong-socialisten van AUF voor het eerst sinds 2011 weer hun traditionele zomerkamp op het eiland. Erik Kursetgjerde vindt het belangrijk om terug te gaan: “Utøya is al zeventig jaar het hart van de arbeidersbeweging. We laten onze traditie niet afbrkene door deze lafaard (Breivik).” De voorbije vier jaar hebben tientallen AUF-vrijwilligers het eiland met de hand opgeruimd.

Niet iedereen is gelukkig met AUF’s beslissing om het eiland terug in gebruik te nemen. Familieleden van enkele slachtoffers hadden de plek waar hun kinderen werden neergeschoten, liefst onaangeroerd gelaten. Er was dan ook hevig protest toen AUF de gebouwen waar zoveel jongeren werden neergeschoten, wou afbreken. Uiteindelijk is er een compromis gevonden: de oude gebouwen blijven grotendeels gespaard en er worden nieuwe gebouwen bijgebouwd, die ook als herdenkingscentrum zullen dienen.

“22 juli” verwerken is een proces dat nog vele jaren zal duren in de Noorse samenleving en waarover zeker nog vele boeken en blogs geschreven zullen worden. Maar met het nieuwe herdenkingscentrum in Oslo en de terugkeer naar Utøya zijn alweer twee belangrijke stappen gezet.

Boeken over 22 juli in het nieuwe herdenkingscentrum in Oslo



8 June 2015

Seeking refuge to luxury cottages

Norwegians are using the long days and the series of public holidays in May to prepare their cottages and boats for the next summer season. Family and friends gather for a summer dugnad - putting in some hours together to clean, paint, and rebuild their jointly owned holiday property. In case you haven't been called upon by family yet, newspaper and TV advertisements will remind you: this is the time for painting, gardening and DIY! 

According to officials statistics of SSB, nearly half of the Norwegian population have a cottage - either owned by themselves, or shared with family. There are 450.000 holiday properties scattered around the country. When I mention this to friends abroad, they often think this must be a by-product of an oil economy. The hytte is however a deeply-rooted Norwegian tradition.

A Norwegian hytte - hidden between the woods, rocks and sea
Photo: Elisabeth Lannoo
Favourite weekend outing

Many Norwegians go their cottages every weekend. On Fridays, my son’s school already stops at 11:30 am, so that people can leave in time to their hytte. Indeed, at 3pm, while other Europeans put in a last effort to meet their end-of-week deadlines, Norwegians are queing in fully-packed cars on the highways to the mountains and the seaside - on their way to their cottage.

A hytte in the mountains is a perfect basis for skiing, hunting or walking - all year round, while others prefer a summer cottage directly at the seaside. It is not uncommon to move out to the hytte for the entire summer season, especially for those having a cottage close to the cities.

Many families from Oslo, for instance, leave their appartments in the city centre to spend three-four months at a bungalow at the kolonihager or community gardens. There is no internet or TV, only one big room of 20-30m2 and limited sanitary but the bungalows are lovely, with nice little gardens, lined with old apple trees. There are strict rules about what you can and cannot do: the bungalows shall not be built out, shall be painted in a limited range of colours, and you cannot cut your lawn or hedge on Sundays. People love it, however, and there a long waiting lists for buying one of these bungalows.

Back to basics

For generations, going to the hytte has been the favourite past-time for Norwegians. Traditionally, the cottages were merely a primitive basis in the wilderness. A wooden hut of about 30m2, with some bunk beds, without electricity or water. There was no bathroom, only a utedo or outdoor toilet. Many of these huts were not accessible by car: water, food and luggage had to be carried through the woods for the last few kilometers. For entertainment, there were books or board games. It was, in other words, back to basics.
A typical utedo - photo by Torkel Skoglund 
Including internet, dishwasher and solar panels

As Norwegians got richer, their cottages increased in size and luxury. Nowadays, most cottages have the surface of an average appartment - 100 m2, and huts without electricity, water or sewerage have become rare. The newer holiday homes have internet, a dishwasher and if possible, also a sauna. Cable companies have all kinds of solutions for internet and satellite TV at the cottage for offer. Or what about solar panels to power your second home?

Cottages have become real second homes and are now also subject to trends. Specialised  interior magazines tell you which furniture, BBQ and flower pots are in this year. Many people spend almost as much money on their hytte as on their houses. Prices are increasing rapidly: while the average cottage costs around 1,5 million NOK (180.000 EUR), holiday homes of 7 to 10 million are no longer an exception.

I am quite nostalgic myself of the old-style cottage in the wilderness. That is how I spent most of my holidays the last years. When the weather is nice, nothing is better then a cold utedusj with a panoramic sea-view or view on the forest. And after a while one also gets used to the utedo...

17 May 2015

Het land aan de kinderen

17 mei is de meeste Noorse dag van het jaar. Op 17 mei kleurt het hele land rood-wit-blauw. Aan elk huis wapperen Noorse vlaggen en ook op de bussen, trams, taxi’s en heel wat andere auto’s. Ook de mensen tooien zich met rood-wit-blauwe lintjes of lopen rond met handvlaggetjes.

Het doet denken aan het wereldkampioenschap voetbal. Maar het is de Noorse feestdag: de dag waarop in 1814 de grondwet werd ingevoerd (NB: Noorwegen werd pas in 1905 onafhankelijk maar had daarvoor, onder de Zweedse monarchie, al een eigen grondwet).

Dag van de kinderen

Terwijl andere landen op die dag hun nieuwste wapentuig tonen in militaire parades, is het in Noorwegen de dag van de kinderen. In elke Noorse stad gaat een lange stoet uit van alle scholen en schoolfanfares. Duizenden kinderen over het hele land worden in hun beste kleren gestopt en lopen zingend, fluitend, roepend door de straten. Na de kinderstoet is het tijd voor ijs, hotdogs en kinderspelen. 17 mei zijn de kinderen koning in Noorwegen.

Op weg naar de kinderstoet
De grootste kinderstoet van het land is in Oslo. De kinderen die in de hoofdstad naar school gaan hebben een speciaal voorrecht: zo’n zestigduizend van hen mogen in stoet voorbij het koninklijk paleis gaan en zwaaien naar het koningspaar, de kroonprins en zijn familie. Het is een erg feestelijke bedoening; een mensenzee van rood, wit en blauw en vrolijke kinderstemmen.

De oorsprong van de kinderoptocht was een protestmanifestatie tegen de Zweedse bezetting van Noorwegen. Slim gezien, want wie schiet er nu op kinderen? 

Scholierenterreur

De laatstejaars van de middelbare school hebben een speciale rol op 17 mei. Zij mogen op de nationale feestdag als enigen kabaal maken tijdens de kinderstoet. Getooid in knalrode en -blauwe broeken lopen ze tegen de richting in, luid fluitend of met waterpistolen. Ze delen ook visitekaartjes met hun foto erop, die gretig worden verzameld door de kleine kinderen in de stoet.
Rebelse scholieren verstoren de kinderoptocht
Het is voor de laatstejaars de afsluiter van de russetid. Zo wordt de periode van een kleine drie weken, van (officieel) 1 mei (maar velen beginnen er al vroeger aan) tot en met 17 mei, waarin de scholieren het breed mogen laten hangen, voor ze aan de laatste examens van de middelbare school beginnen. 

Gedurende de russetid gaan de laatstejaars gekleed in speciale blauwe en rode overalls (de blauwe voor de handelsscholen en de rode voor het algemeen middelbare onderwijs), en gaan ze van party naar party. Velen kopen daarvoor zelfs speciale busjes (de russebuss) - aftandse bestelwagens die helemaal worden gepimpt. Vaak loopt het - voorspelbaar - uit de hand: ze drinken zich in coma, of feesten zich blut. Dit jaar werden enkele russen opgepakt door de politie omdat ze ’s nachts pinguinjongen hadden gestolen uit een dierenpark.

Collectieve gekte

Op 17 mei mogen de laatstejaars zich dus nog een laatste keer laten gaan; daarna wordt het ernst. Maar ook de volwassenen nemen het ervan op de nationale feestdag. Wie die dag voor het eerst naar Noorwegen komt, krijgt een heel ander volk te zien dan de 364 (of 365) andere dagen van het jaar.

Wat het meeste opvalt zijn de kleren. Op de nationale feestdag gaan de meeste Noren in  de traditionele klederdracht (bunad) gekleed. Voor de vrouwen: lange wollen jurken met witte bloezen, bloemenmotieven en heel veel zilverwerk. Voor de mannen: zwarte wollen pakken, met korte broek en kniekousen en soms ook een hoed. Goede families stoppen liefst ook hun kinderen, zodra ze kunnen lopen, in klederdracht.

Klederdracht

De eerste keer dat ik een Noor in bunad zag, in Brussel, moest ik een beetje lachen. Maar intussen heb ik begrepen dat dit een hoogst ernstige zaak is. Elke streek heeft zijn eigen kleuren en motieven. De outfits zijn ook ontzettend duur. De prijzen variëren van zo’n 4000 euro voor een outfit van een armere landbouwstreek, tot 10.000 euro voor een kostuum uit de meer geavanceerde streken van Noorwegen. Elk draagt trots de bunad van zijn of haar streek. 

Kinderen in traditionele klederdracht in Grimstad
Er zijn intussen ook goedkope Chinese versies verkrijgbaar, maar dat is fake. Een bunad hoor je in Noorwegen te kopen. Of krijg je van je familie, typisch bij je communie of je trouwfeest. Traditioneel verzamelde je je hele leven lang extra accessoires - als teken van rijkdom. Een bunad wordt ook van generatie op generatie doorgegeven: de kleindochter krijgt de jurk van haar oma. Voor mijn dochter ligt al de jurk klaar van haar oudere nichtje, ook al door de oma genaaid: vanaf volgend jaar kan mijn dochter er, hopelijk, al in. 

Carpe diem


Op 17 mei laten de Noren zich ook van hun meest uitbundige kant zien. De dag begint traditioneel met een feestelijk ontbijt met champagne. Daarna gaan de meesten de stad in, naar de optocht kijken, en eten tussendoor een hotdog. Daarna gaan ze vrienden of familie opzoeken, voor nog meer lekker eten en taarten. Verder valt het land stil: de winkels zijn dicht en de autosnelwegen zijn leeg. Op 17 mei gaat het eerst en vooral over genieten - van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het is wellicht de meeste feestelijke dag van het jaar in Noorwegen, samen met Kerst.

28 March 2015

Overwinteren in Noorwegen op ski's

Terwijl ik deze tekst schrijf is Oslo half leeg. De Paasvakantie is begonnen en de Noren zijn en masse naar de bergen getrokken. Pasen is het hoogte- en eindpunt van de Noorse skiwinter: de dagen zijn al langer, de ergste vrieskou voorbij maar er ligt nog lekker veel sneeuw in de bergen. Terwijl men elders in Europa vooral aan lente denkt, is Pasen voor de Noren dus synoniem met skivakantie. En met appelsienen en chocolade - bij voorkeur een Kvik Lunsj chocoladereep! Dat is het traditionele menu wanneer je op de latten staat. 

Je houdt toch van skiën, hoop ik?

Toen ik vorige zomer naar Noorwegen verhuisde, was iedereen bezorgd hoe ik de lange en koude winter zou ervaren. Vrienden en familie in België griezelden bij het idee van de vrieskou en duisternis. Maar de Noren waren vooral bezorgd over mijn prestaties op latten. “Je houdt toch van skiën?” vroeg mijn baas me bezorgd in augustus. “Want als je niet van skiën houdt, houd je het hier niet vol.”

Met de metro naar de skipiste

Inderdaad, vanaf december tot april draait alles in dit land rond skiën. Er zijn non-stop skiwedstrijden op televisie (die overigens meestal worden gewonnen door Noren). De skiboxen worden op de auto’s geschroefd en overal duiken mensen in skikleren op, zelfs op het werk. Het is niet ongewoon om vóór of na het werk nog even te gaan skiën.

Vanuit Oslo kan je namelijk met de metro naar de skipistes en -routes in de heuvels rond de stad. In het weekend doet het hoofdstedelijke openbaar vervoer aan de skibussen uit de Alpen denken: trams, metro’s en bussen zitten dan volgepakt met skiërs.

De tram in Oslo op zondagmorgen. Foto van Eva Camerer
Op maandagochtend gaan de meeste gesprekken op de metro ook over skiën: waar X en Y zijn gaan skiën in het weekend, hoeveel kilometers ze hebben afgelegd, en waarmee ze hun ski’s hadden ingesmeerd. Over dat laatste later meer.

Met ski’s geboren

Je kan niet vroeg genoeg beginnen met skiën. Alle vijfjarigen in Oslo worden vanuit de kinderopvang elke week met bussen naar de skipistes gebracht. Het is een indrukwekkende logistieke operatie, met tientallen bussen die kinderen afhalen in de kinderdagverblijven en tientallen skileraars die klaarstaan om drie-vier groepen per dag vertrouwd te maken met het skiën.

Voor wie er niet genoeg van kan krijgen, organiseert de skivereniging (Skiforeningen) ook nog cursussen na de schooluren en in het weekend. Mijn zoon en zijn vriendjes hadden in januari en februari drie verschillende cursussen per week en konden er nog niet genoeg van krijgen. De kinderen worden hier immers met ski’s geboren - zo luidt het gezegde.


Barnas Holmenkollendag 2015

De grote climax van de skicursusseizoen was een grote kinderskihappening bij de beroemde skischans Holmenkollen begin maart. Mijn zoon was natuurlijk ook van de partij, samen met 8.000 andere kinderen uit Oslo en omstreken.

Alle deelnemers gingen naar huis met een oer-Noors prijzenpakket - een rugzak met daarin alle benodigdheden voor een winteruitstap: een chocoladereep Kvik Lunsj, een brooddoos, een flesje ketchup, een telescopische vork om worstjes te grillen boven het kampvuur en een paar skikragen. Noorser kan het niet.

Integreren op ski’s

Ik ben zelf overigens ook naar de skiles geweest: een beginnerscursus langlauf voor volwassenen. Mijn medecursisten waren ook nieuwkomers in Noorwegen: ze kwamen uit Montenegro, Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De volwassen Noren kunnen immers allemaal al lang skiën. 

Leren skiën is hier een deel van het integratietraject. Je wil toch kunnen meepraten met de collega’s op het werk over de sneeuwcondities in het weekend, nietwaar? Dus je schaft jezelf enkele paren ski’s aan (want één paar is niet genoeg, leer je ook al snel), je leert het verschil tussen op ski’s gaan (langlaufen) en staan (alpijns skiën) en je trekt zelf ook de heuvels of de bergen in tijdens het weekend. 



Zelfs na mijn skicursus blijven de maandagse gesprekken nog doorspekt met geheimtaal. De weercondities wordt immers vertaald in rood, violet, blauw en klister - afhankelijk van de soort was waarmee je je ski’s inwrijft. Daar worden passionele gesprekken over gevoerd. Het meeste gaat aan mij voorbij, moet ik toegeven, want ik heb ski’s gekocht die je niet met was moet behandelen. Een beginnersfout wellicht. Ik heb me voorgenomen om me volgende winter verder in te verdiepen in de geheime wereld van de was.

Rode en groene mutsen

Er wordt overigens nog meer geheimtaal gebruikt in het Noorse ski-universum. De kleur van je muts vertelt namelijk ook iets over je civiele status. Rood staat voor “in een relatie” en groen betekent “vrijgezel”. Het begon als een aprilgrap vorige winter, maar is nu helemaal doorgebroken als sociale code. Dus denk goed na welke muts je aantrekt, voor je de Noorse bergen intrekt!

De single-muts van de Noorse wandelvereniging


Nu weet je, dierbare lezer, waarom het de voorbije maanden stil bleef op deze blog: ik was aan het skiën!

29 January 2015

Vikings kelderen muziekpiraten

Ik heb vandaag een interessant verhaal uit de doeken mogen doen in het programma Nieuwe feiten op de Belgische Radio 1:
http://www.radio1.be/programmas/nieuwe-feiten/noren-kelderen-muziekpiraten

 vanop Pixabay

Nieuwe cijfers van de Noorse muziekindustrie tonen aan dat het illegaal downloaden van muziek in Noorwegen helemaal passé is: slechts 4% van de jongeren onder de 30 haalt nog muziek van piratenwebsites. Vijf jaar geleden, in 2009, deden vier op de vijf jongeren dat nog.

In plaats halen ze hun muziek van streaming diensten. De muziekindustrie haalde in 2014 drie kwart van haar inkomsten uit streaming. De populairste diensten zijn het Zweedse Spotify en de Noorse concurrent WiMP.

Een muziekjournalist van P3 legde me uit dat je op het Noorse WiMP ook recensies en tips krijgt, en natuurlijk ook méér Noorse muziek.

Digitale enthousiasten

Dankzij goede breedbandverbindingen, inclusief op mobiele telefoons kan je in Noorwegen altijd en overal muziek streamen.

Dat is veel gemakkelijker dan illegaal muziek downloaden op je computer, hoor ik van de Noorse tieners met wie ik sprak. Het aanbod op Spotify, WiMP en soortgelijke websites is ook erg groot. Waarom zou je dan nog illegaal downloaden?

Bovendien is een abonnement op een streaming dienst helemaal niet duur voor de meeste Noren: voor de prijs van drie koffies luister je een hele maand onbeperkt naar muziek. Veel kabelmaatschappijen bieden hun abonnees overigens gratis muziekstreaming aan.

In het algemeen zijn Noren enthousiaste gebruikers van allerlei digitale diensten. Elektronisch betalen en e-government staan hier een stuk verder dan elders in Europa; je kunt geen dienst bedenken, of er is wel een app voor ontwikkeld. Binnenkort schakelt ook het hele land over op digitale radio en gaan de FM-zenders uit de ether.

Dat was ook anderen opgevallen: toen het Amerikaanse Netflix, een streaming dienst voor films en series, naar Europa wou komen, testten ze eerst de Scandinavische markt.

Strenge wetgeving

Een ander element dat meespeelt, is dat Noren in het algemeen een groot respect hebben voor wetten en regels. Dat beweren toch mijn Noorse vrienden.

Sinds half 2013 is de wetgeving op internetpiraterij verstrengd: internetaanbieders kunnen nu door het gerecht worden verplicht om de identiteit vrij te geven van individuele internetpiraten, of websites neer te halen die illegale muziek of films aanbieden.

De muziek- en filmindustrie hebben zich verenigd om op basis van die nieuwe wet de populaire piratenwebsite Pirate Bay te verbieden. Zover is het voorlopig nog niet gekomen, maar er zijn wel een aantal kleinere overtreders bestraft. Van een advocaat vernam ik dat de industrie een advocatenfirma uit Oslo onder de arm heeft genomen om internetpiraten op te sporen en te vervolgen.

De strenge aanpak heeft echter niet zo'n groot afschrikkingseffect, want de pakkans blijft al bij al klein. Het is vooral een symbolische overwinning voor de muziek- en filmproducenten.

Dat de illegale muziekmarkt is gekelderd is vooral te danken aan de snelle ontwikkeling en het gebruiksgemak van de streaming diensten. Het aanbod voor films hinkt voorlopig nog achterop in vergelijking met de muziek. Het illegaal downloaden van films is dan ook niet zo spectaculair gedaald.